
Nederlands 9
10-3-1 Ongelukken die het gevolg zijn van
gebruik buiten de standaard toepassingen
• Gebruik buiten de tolerantiegrenzen
• Toepassingen buiten het voorgeschreven
gebruiksdoel of modificaties.
Gebruiksstandaarden
10-3-2 Selectie-, installatie- en werkfouten,
en overige problemen
Opmerking:De items met een sterretje geven con-
crete voorbeelden aan.
1. Modelselectiefouten
• Er is een model gekozen dat niet geschikt is
voor de opslagtoepassingen.
∗ De koeling van de producten bereikt niet de
beoogde opslagtemperatuur.
• De dealer beoordeelt dat de koeling over- of
onderbelast is.
∗
De apparatuur valt vaker dan 6 maal per uur uit of
de ingestelde koeltemperatuur wordt niet bereikt.
2. Installatiefouten (Installatie- en omgeving-
sproblemen)
• Het apparaat is niet op een stabiele horizontale
ondergrond geïnstalleerd.
∗ Het apparaat is niet stevig gemonteerd.
• De omgevingsomstandigheden van de instal-
latieplaats verschillen van de normale atmos-
ferische omstandigheden.
∗ Omgeving met zilte lucht, gebruik aan de
kust, omgeving met roetdampen of keuken-
dampen, omgeving met corrosieve gassen of
nevelige omgeving.
• De installatieplaats heeft een slechte ventilatie
en warmte-afvoer.
∗ De machine heeft uitlaatgassen aangezogen.
3. Werkfouten
• De binnenkant van de leidingen is niet vol-
doende vacuümgedroogd.
∗ Verstopping van de smalle doorgangen van
de leidingen door ijsvorming.
• De binnenkant van de leidingen is niet vol-
doende luchtdicht.
∗ Lekkage van koelmiddelgas.
• De binnenkant van de leidingen is vervuild met
vreemde bestanddelen.
∗ Verstopping van de smalle doorgangen van
de leidingen.
•
Modificatiewerkzaamheden op de installatiep-
laats hebben een slechte invloed op het apparaat.
∗
Gebruik van het apparaat buiten het gebruik-
stemperatuurbereik als gevolg van modificaties
op de installatieplaats.
• Een ongeluk als gevolg van een verkeerde
installatie van het apparaat.
∗ Loszitten of kromtrekken van het buiten-
paneel of een gebroken of verbogen leiding.
4. Bedieningsfouten
• De temperatuurinstellingen voor de
opgeslagen artikelen zijn verkeerd.
∗ Opslag van groenten bij een temperatuur
lager dan 0°C.
• Het periodieke onderhoud van het apparaat is
niet uitgevoerd.
∗
Verstopping van de luchtwarmtewisselaar, roes-
ten van onderdelen, gaslekkage en ijsvorming
op de binnenunit (ombouw en unitkoeler).
5. Overige
• Verbeteringen aanbevolen door onze dealer
zijn niet uitgevoerd.
∗ Gelijktijdig starten en stoppen van meerdere
apparaten.
• Ongelukken als gevolg van een natuurramp of
brand.
∗
Beschadiging van de elektrische onderdelen
als gevolg van blikseminslag.
• Andere installatie- en bedieningsproblemen die
redelijkerwijs niet moeten optreden.
∗ Gebruik van het apparaat zonder warmte-iso-
latie op de leidingen.
• Werk wordt uitgevoerd zonder dat de volgende
beperkingen voor de ombouw in acht worden
genomen.
<Beperkingen voor de ombouw>
·
De installatie van de thermostatische expansiek-
lep en de solenoïdeklep voor vloeibare toevoer
(beide voor de R410A) op de ombouwbasis.
De thermische isolatie van de voelerbuis van
de thermostatische expansieklep moet ther-
misch geïsoleerd zijn.
·
Installeer de ombouwen op dezelfde verdieping
als de ombouwen verbonden worden met een
enkele buitenunit.
· Zorg dat de uitlaat van de leiding die gebruikt
wordt voor de warmtewisselaar beneden is
geplaatst (zoals aangegeven in de volgende
afbeelding).
Onderdeel Gebruiksstandaarden
Schommelingen
Voedingsvoltage
Binnen ±10% van nominaal voltage
Buitentemperat-
uurbereik
–15°C~43°C
Lengte van
verbindingsleiding
Korter dan 130 m MT (Middelmatige Temperatuur)
Korter dan 70 m LT (Lage Temperatuur)
Hoogteverschil
tussen binnen- en
buitenunits
Minder dan 35 m
(minder dan 10 m als de buitenunit lager
staat)
Hoogteverschil tus-
sen binnenunits
Minder dan 5 m
Inlaat
(bovenzijde)
Uitlaat
(onderzijde)
Warmtewisselaar
06_NL_3P248411-1.fm Page 9 Wednesday, May 27, 2009 10:55 AM
Comments to this Manuals